‘Wie is er verantwoordelijk voor het sneeuwvrij maken van de weg?’ is de eerste vraag in een krantenartikel over de sneeuw en kou van afgelopen week. Het was een week waarin me vooral opviel dat het ’s ochtends eerder licht was, en ’s avonds later donker. Dat zijn pas hoopvolle vooruitzichten. Verder stemde het nieuws, en vooral de toon van het nieuws, me treurig.

Verantwoordelijk? Wie is er verantwoordelijk? Voor de sneeuw is niemand verantwoordelijk. Ik zag het vallen, ik zag het horizontaal door ons hofje vliegen, ik zag de kinderen de volgende dag een sneeuwschans maken. Mijn zoontje speelde uren buiten in zijn skipak, geleend van de achterburen. Ik zat liever binnen en maakte stoofschotel.

Het was een week waarin voor de zoveelste maal bekend werd dat er racisten in de politiek rondlopen, en het gekke aan dat verhaal is dat er niks verandert. De bewuste politici blijven gewoon verkiesbaar, zeggen ’s ochtends goeiemorgen, gaan straks bij de verkiezingen in debat. En de mensen die ze steunen blijven ze steunen want de denkwijze is hetzelfde.

Terwijl ophef over racisme de gemakkelijkste weg zoekt en een feest als Carnaval openlijk weggezet kan worden als racistisch, bedienen de toekomstige bestuurders van ons land zich van een taal die je bijna nergens meer ziet, zonder dat er gevolgen zijn. Dat is de manier waarop een samenleving langzaam racisme te lijf gaat. Hoe kan de politiek, de mensen die uiteindelijk verantwoordelijk zijn, dan achter blijven?

Het worden moeilijke verkiezingen. Centraal staat het gebrek aan inlevingsvermogen. Een politicus die in een zaaltje vraagt of de mensen meer of minder Marokkanen willen glimlacht bij een juichend antwoord, maar heeft ogenschijnlijk geen idee wat zijn uitspraak doet bij de mensen waar hij het over heeft. Dat eendimensionale denken beheerst de politiek, niet bij deze rechtse politici, het is op alle fronten het probleem bij bestuurders: een begeerde verantwoordelijkheid gaat samen met een gebrek aan inlevingsvermogen.

Het zal heerlijk zijn voor een politicus om te besturen, om te bepalen, om in het spel van macht een rol te spelen. Om de verkiezingen te winnen. Als Bulgaren frauderen met toeslagen wordt er door iedereen gevraagd om een harde aanpak, iedereen weet precies wat de oplossing moet zijn, iedereen schreeuwt om die ene oplossing. Als die aanpak vervolgens leidt tot vreselijke misstanden houdt iedereen zijn mond dicht tot het echt niet meer kan, dan veranderen de verantwoordelijke machthebbers plots in bestuurders die van niks weten.

Ooit had ik les van Kees Schuyt, bestuurskundige en lange tijd lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Hij had een eenvoudige stelling: als je een bestuurlijke oplossing voor een probleem verzint dan verzin je er ongemerkt twee problemen bij. Die theorie is tegenwoordig nog steeds de waarheid, al worden er nu wel drie problemen bij gemaakt.

De kou en sneeuw zorgt voor gladde wegen, wie is er verantwoordelijk voor het opruimen van de sneeuw? Het moet heerlijk zijn om tussen alle bijkomende problemen van gladheid, bevroren wissels, winterbanden, ijsvorming en vertragingen vanuit een goed verwarmd huis te wijzen naar de verantwoordelijken. Net zoals macht lekker is, is het lekker om anderen prutsers te noemen. Rijdt de trein niet: prutsers.

Deze tijd is niet zo ingewikkeld, echter de bestuurlijke houding is totaal opportunistisch, en daar ligt het probleem. Als het een beetje gaat vriezen maar de Elfstedentocht kan bij voorbaat niet doorgaan omdat evenementen sowieso niet doorgaan (net als het de Nijmeegse vierdaagse, Carnaval en allerlei kleinere concerten, shows, alles) dan wordt er een week gesproken over het onrecht dat de mensen afgepakt wordt als de schaatstocht niet kan plaatsvinden en de absolute eis dat de tocht wel moet doorgaan.

Totaal opportunisme dat vanuit de mensen nog wel te begrijpen is, mensen denken aan hun eerste primaire behoeften en reageren als kleine kinderen die iets wordt afgepakt, maar als politici dat jargon en die gemakkelijke houding overnemen omdat ze nu eenmaal die kiezers moeten bedienen dan botsen verantwoordelijkheid en inlevingsvermogen. Het eerste wordt niet genomen, het tweede hoeft niet te worden aangegaan. Het is als roepen om een feestje, maar vervolgens geen boodschappen willen halen of slingers op willen hangen.

Ik kijk een week lang in talkshows naar opgepoetste hoofden die het allemaal goed weten, ik verlang naar onzichtbare duidelijke redelijke bestuurders. Het is het verschil tussen een politicus met theatraal opgestroopte mouwen aan een talkshowtafel en een nieuw idee dat op teletekst wordt gemeld. Een goed plan van een eerlijk politicus dat het nieuws niet haalt, zou dat nog bestaan?

Ik denk aan Kees Schuyt en ook denk ik aan de vogeltjes die ik de afgelopen week broodkruimeltjes gaf. De een leerde me dat besturen ingewikkeld is en dat iedere oplossing los moet staan van ego en gewin. Dat bedoel ik met: onzichtbaar. De vogeltjes trotseerden de kou en vroegen niet wie daar verantwoordelijk voor was. Ze waren me onuitgesproken dankbaar voor het voedsel, ik zag het aan ze. Ik gaf ze brood en hoefde alleen maar op te letten dat er geen ratten op af kwamen.

Ik vroeg me twee dingen af: is er een politicus die erkent dat besturen soms gewoon moeilijk is en is er een partij die de houding van de dieren serieus meeneemt in haar plannen? Mijn stem gaat de komende verkiezingen die richting uit.

Jan van Mersbergen