Het is zo’n driehonderdvijftig meter van mijn huis naar de supermarkt, binnen een minuut kan ik het fietsen, en toch moest ik halverwege schuilen, de bui die in de verte al te zien was toen ik mijn fiets de schuur uittrok was net iets eerder bij het plein dan ik, en dus stond ik onder een iets te smal afdakje tegen een stenen gevel aangedrukt in de struiken, op een plek waar wel eens vaker mensen hebben gestaan, af te lezen aan de troep op de grond en de uitgesleten beplanting, en in die korte tijd dat ik moest wachten om niet helemaal doorweekt de supermarkt in te gaan, klonken de blazers en de beat van dit liedje, luister maar mee, en kon ik rustig nadenken over het werk dat ik die dag nog moest doen – een flinke stapel – en over mijn roman die eraan komt, en over alle zaken die daarmee samenhangen, en ik mompelde ‘I’m just gonna keep rolling on and on and on and on’, en de regen kletterde op de stoep, amper een meter van me vandaan, en ik begreep opeens dat het onderwerp van mijn nieuwe roman, een moeder die grip verliest, een soort verboden onderwerp is, ook al is de betrokkene op afstand en is er geen enkel contact en is mijn nieuwe gezin geweldig, het is een verzwegen onderwerp, ook voor mijn kinderen want als ik het niet aansnij begint niemand erover, ondanks dat het iedere dag speelt, dichtbij, en ook buiten dat verfrommelde gezin uit de verleden tijd is het een verboden onderwerp, dat bleek wel toen ik een artikel wilde schrijven over alles wat er gebeurd is en waar ik in terecht gekomen was, met twee voeten in het drijfzand en maar roepen en roepen, geen hulpvraag werd beantwoord, en daar ben ik uiteindelijk uitgekropen maar dat verhaal gewoon opschrijven gaat niet, alles te persoonlijk, te dichtbij, een heleboel betrokkenen, zeg er maar liever niks over, je weet maar nooit, dat dachten anderen, dat dacht ik zelf, dus ik vroeg me af waarom ik ook dat hele verhaal niet zou laten zitten, het afsluit op diezelfde manier, door er gewoon maar niks over te zeggen en er niet aan te denken en het te laten en mezelf buiten dat verhaal te zetten zoals ik in feite buiten het verhaal ben gezet door een ieders zwijgen, en het een verhaal geworden is waar iedereen buiten is gezet, als een liedje dat wel klinkt maar niemand meer horen mag, ‘wasting time’, als iets wat je in het moeras laat zakken en vergeet, ook al komt er af en toe nog een zure luchtbel naar de oppervlakte, en die gedachte op weg naar de Jumbo duurde maar heel even, echt een flits waarin geen twee regendruppels na elkaar de stoeptegel konden raken, want ik weet dat het verhaal voor mij de enige optie is om er sowieso nog over te kunnen delen, om het gewicht van dat verhaal te kunnen dragen, want als het om de zorg voor je kinderen gaat en je wordt daarmee opgezadeld terwijl je juist alle betrokkenen en iedereen om je heen nodig hebt, dan is het enige wat je kunt doen dat verhaal vertellen, het is alleen zoeken naar de vorm, het is soms schuilen voor een hoosbui tijdens een fietstochtje van amper een minuut, die zorg en die zorgen gaan altijd door, ‘in a minute, I’ll be gone, right or wrong’, en als ik dat verhaal in mezelf opsluit word ik helemaal knettergek, zoals die bonkende drums die op een gegeven moment alleen vergezeld worden door een zacht ‘ahahaha’, en toen werd de bui door de wind iets verder naar het centrum van de stad geduwd en toen de blazers weer terugkwamen stapte ik op de fiets en twintig seconden later, ik heb ze geteld, duwde ik een winkelwagentje de supermarkt in om voor een gezin van vijf eten te gaan halen, voor iedereen, om daarna weer thuis te gaan sleutelen aan fictie, want fictie is de enige manier om een werkelijkheid die te moeilijk is vorm te geven.

Een goede moeder verschijnt over drie maanden.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen