In het park stond een man die met een verrekijker omhoog keek. Automatisch kijk ik dan zelf ook omhoog, maar boven ons was er niks dan een grijze lucht. De man bleef maar turen. Ik keek nog een keer, misschien had ik een bijzonder vogeltje gemist, misschien dat er vandaag weer vliegtuigen boven dit deel van de stad door de lucht gaan. Maar er was echt niks te zien, of misschien alleen dingen die door een verrekijker te zien zijn.
Ik heb nog nooit een verrekijker gehad. Ik vind vogeltjes kijken wel leuk, maar alleen als ik ze toevallig tegenkom. Ik stop niet met fietsen als ik een vogel zie. Ik zie alleen die vogel, en denk: een nijlgans, of een reiger, of een spreeuw.
Er zijn mensen die langs een landingsbaan gaan zitten om naar vliegtuigen te kijken. Ik fiets soms naar Schiphol. Vliegtuigen zijn geweldig, maar een weggetje met bomen erlangs is ook geweldig.
Deze man keek recht omhoog. Een raket misschien.
Ik voeg nu iets toe aan mijn Carnavalsboek over een raket, één momentje.
Daar ben ik weer.
De beste verrekijker die ik ken heeft een vriend van me om tijdens Carnaval. Je kunt de lensdoppen eraf schroeven. Er zit jägermeister in, of apfelkorn. Je ziet alles scherp met dat ding.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen