In de trein las ik Gone girl van Gillian Flynn. Een vrouw wordt vermist en haar man praat met de politie. Hij vertelt het verhaal zelf, achteraf. In de verleden tijd dus. En op een gegeven moment zegt hij: ‘Dat was mijn vijfde leugen tegen de politie.’ Een mooie vondst. Het maakt hem verdacht, het geeft spanning aan het verhaal en de lezer weet dat deze verteller ook met jou een spel speelt. Heel veel thrillerschrijvers zijn zich daar niet van bewust. Die laten een ik-verteller achteraf het verhaal doen, heel gedetailleerd en vol cliffhangers, en de lezer weet niet waarom hij dat allemaal vertelt buiten het simpele feit dat ieder verhaal nu eenmaal een verteller nodig heeft. Dat kan een buitenstaanders zijn, een bijfiguur of de hoofdpersoon. De drager van het verhaal. Als de verteller in de verleden tijd een spannend verhaal vol achtervolgingen en toestanden uit de doeken doet dan denk ik: je hebt het waarschijnlijk toch overleefd dus maak maar voort met je verhaal. Deze verteller van Flynn wordt afgewisseld met de vrouw die vermist wordt maar dan terug in de tijd, vanaf het moment dat ze de man ontmoette. Ook slim en spannend. Je weet dat het verhaal om die twee draait, en om wat er tussen hen misgelopen is. Niet een slachtoffer en een dader, en ook geen twee slachtoffers. Twee daders.

Jan van Mersbergen

2 Responses to “verteller”

Jan van Mersbergen