Net de herfstregen getrotseerd met mijn jongste zoontje van drie, zie ik een filmpje waarin een mevrouw claimt dat de mensheid nog maar drie maanden heeft en dat er te veel mensen zijn. Ze zegt (misschien eist ze het of vraagt ze het, dat was onduidelijk) dat we een begin moeten maken met het opeten van onze baby’s.
Ik zal niet ontkennen dat de aarde opwarmt en dat de poolkappen smelten, dat is wel aangetoond. De woede van een deel van de mensen die zich hier terecht zorgen overmaakt is buitensporig. Het mist vertrouwen.
Het eigenaardige Zweedse meisje dat woedend is omdat haar jeugd afgepakt is, omdat er niks gedaan wordt, heeft wel gelijk dat er iets gedaan moet worden, haar schreeuw dat we nog maar even hebben is overtrokken. Over wat er verder achter het meisje zit, wat de rol van haar ouders is en hoe anderen op haar reageren, zal ik niks zeggen. Ik vind het wel opvallend dat een meisje van vijftien uit Zweden plots naast de president van Amerika staat. Dat gaat niet zomaar, vanuit het niets. Mijn zoon van zestien komt niet eens in de buurt van de voorzitter van de voetbalclub. Ik vermoed dat er heel wat mensen dit Zweedse meisje helpen, zaken regelen, vliegtickets voor haar boeken, polsbandjes halen, hotelkamers regelen.
Ik zal niet zeggen dat ze hiermee het milieu belast, dat is te simpel. Iedereen belast op zijn of haar manier het milieu. Ik geloof alleen niet dat dit meisje veel verschilt van andere jongeren die het milieuhart op de juiste plaats hebben, maar tegelijk de kachel omhoog draaien nu het herfst wordt en in de zomer naar de zon vliegen. Als ik ze hoor praten denk ik: die zijn slecht op de hoogte van de kracht van de natuur, van de fluctuaties, de weerbarstigheid en de omvang van de natuur. Ook van de herstellende kracht van de natuur. Ik veroordeel hun zorgen niet, ik denk alleen dat de rol van de mens op aarde anders is.
Mens en natuur gaan prima samen. Die twee zijn geen vijanden. Onderdeel zijn van de natuur betekent vormgeven, hakken, slopen, bouwen, en soms aanpassen. Het klinkt misschien gek in deze tijd maar door te laten groeien en door te snoeien, vorm je een geheel. Vervul die taak als mens op deze bol. Laat eens een plantje groeien, zaag eens een boom om.
Loop door een bos. Het spoor dat je achterlaat – een footprint op microniveau – is onmiskenbaar zichtbaar, zoals een hertje of een everzwijn ook een spoor achterlaten, maar de volgende dag is dat weer volledig vervaagd. Dat is herstellen.
Als we een mereltje in de tuin zien zitten, onder de pergola waarop een druif zich met zijn tengels – zo heten die armpjes – vasthoudt aan het gaas dat ik voor hem gespannen heb, dan zegt mijn zoontje: Vogel is koud en nat.
Gelukkig heeft-ie veren. En vet. Reserves.
Mensen hebben dat niet. Tenminste, geen veren. Veel mensen hebben flink wat reserves, maar solo buiten leven lukt niet zo goed meer. Kleren maken, kachels stoken, warmte zoeken. Het is de manier waarop de mens op aarde leven kan.
Paniek is alleen nodig als je geen vertrouwen hebt in het veranderen van de menselijke invloed op, hoe moeilijk te duiden ook, het klimaat. De natuur een handje helpen. Kan best, op regerings- en bestuursniveau. Bedrijven maatregelen laten nemen, plastic minder gebruiken, vuil ophalen in plaats van ergens dumpen. Het kan allemaal, en het gebeurt allemaal, maar je kunt er alleen vertrouwen in hebben als je enigszins begrijpt hoe de natuur werkt. Dat is moeilijk te doorgronden.
In plaats van paniekberichten rond te sturen over een oerwoud ver weg dat in brand staat – waar trouwens meestal economische redenen achter zitten, boeren moeten verbouwen voor de mensen, voor ons – kun je beter een boom opzoeken en voelen hoe sterk zo’n boom is. Met het omzagen van een middelgrote berk, zoals die in mijn achtertuin afgelopen jaar, was ik al een paar dagen bezig. De buurman stookt nu nog dat hout. Trek aan die zaag en voel hoe sterk zo’n boom is. Plant overigens wel een boompje terug, dat zijn voorschriften, en die voorschriften gaan ons redden. We besturen de natuur, met verstand. Niet met gegil.
Dat besef van werk en tijd mis ik in het klimaatverhaal. De zeespiegel stijgt, dat is wel zeker, maar de verhalen zijn inmiddels zo opgeklopt dat je zou verwachten dat wanneer je bij Zandvoort de boulevard opkomt er geen strand meer over is en de zee tegen de kade beukt, om ons te vernietigen. Dat is niet zo, zoiets duurt lang. Toen ik als kleine jongen aan zee kwam was het strand net zo breed. Als zo’n waarneming niet strookt met de verhalen die nu verteld worden levert dat niks dan angst op. En de mens is niet op aarde op bang te zijn, ondanks alle gevaren. De mens is nog steeds op aarde omdat voor die angst steeds een oplossing gevonden wordt.
Ook nu. Het klimaat schuift, net als de natuur, en het laat zich langzaam sturen. Vertrouw daarop. Er moet iets gebeuren, maar het gebeurt en het komt goed. Een destructieve houding heeft de mens nog nooit iets opgeleverd.
Ik denk dat de verandering van bijvoorbeeld dieselauto’s naar elektrisch rijden, die weliswaar vijftig jaar duurt maar er wel komt, meer doet dan hopeloos schuldgevoel, en zeker meer dan schreeuwen dat we onze baby’s op moeten eten.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen