Het was de avond van de barman die me ooit een viltje en een pen over de bar toeschoof over de bar en zei: Jij bent toch schrijver?
Ik knikte.
Doe maar schrijven dan, zei hij.
Nu zei hij niks want het was druk. Het nieuwe meisje dat vorige keer een dienblad bier over een man morste werkte ook. Ik ken haar naam niet. Toen ik bij haar bestelde maakte ze een bonnetje met mijn naam erop. Een café is een goed café als ze er je naam kennen, ook de nieuwe barmensen.
Achter aan de tafel was het dringen. Naast de vaste schrijvers was er een groep die direct van een uitgeverij kwamen. Ze waren allemaal stomdronken. Dat maakt praten gemakkelijker. Ze praatten heel erg veel.
Ik had net een stuk gefietst, ik was fris, ik dacht nog aan de boekpresentatie die ging over zelfmoord. Buiten bij het zaaltje stond een caravan. Verderop stond mijn fiets.
Nu was ik in de kroeg. De ramen waren beslagen. Ik ging aan tafel zitten. Er werd flink wat bier besteld. Mijn bon liep ook vol.
Ik keek een beetje om me heen. De mensen uit de uitgeverij waren aan het gillen. Ik zei niet zo veel. Een van de vrouwen vroeg me waarom ik zo stil was. Ze had gehoord wie ik ben en daarbij ook dat ik soms heel veel praat. Maar dat geloofde ze niet.
Ik zei: Ik ben hier gaan zitten en het is allemaal nogal veel. Het is druk en ik moet aan zo veel dingen denken. Dat is moeilijk. Ik moest zo aan vier dingen tegelijk denken.
Welke dingen? vroeg ze enthousiast.
Ik zei: Nou, ik ben bier aan het drinken dus daar moest ik aan denken. Ik moest ook denken aan de boekpresentatie waar ik net vandaan kom waar allerlei ingewikkelde zaken besproken werden. En ik moest denken of ik nog naar de kroeg verderop ga zo meteen, als het hier gaat sluiten.
Ze knikte. Dat was inderdaad erg veel om aan te denken.
Toen vroeg ze: Maar je moest toch aan vier dingen denken?
Ja, zei ik. Ik moest ook aan seks denken, want daar moet ik altijd aan denken.
We dronken nog wat, we spraken over de interessante zaken die bij de boekpresentatie besproken werden. Voor ik het wist riep de barman dat het alweer de laatste ronde was.
Ik rekende af en gaf de barman een hand.
De dronken mensen gingen bijna allemaal mee naar de andere kroeg net over de brug. Daar hangt een klok die stil staat. Het is in die kroeg altijd vijf voor vier. Dat is handig, want iedere keer als ik vanuit die kroeg naar huis ga is het precies vijf voor vier. Alsof de klok niet meer loopt maar wel mijn tijd weet.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen