In de zon op een oprit elkaar een kort moment aankijken en weten dat het goed zit, dat is het belangrijkste van een vriendschap.
Hoe vaak je elkaar ziet maakt niet uit, het gaat om die dag, om dat ene moment, en om de pogingen die waarde onder woorden te brengen. Het gemis van woorden die dit kunnen dragen.
Ik zei: Goed je te zien man.
Hij zei: Wat in het vat zit…
Soms kun je niks anders dan in uitdrukkingen praten. In romans worden ze geschuwd. Ze verklappen te veel, er zit de sleet op. Maar op een vriendschap van achtendertig jaar zit geen sleet, of zit inmiddels al zo veel sleet dat we sowieso niet meer weten wat we moeten zeggen. Dan lost de lach het wel weer op.
Je kunt niet denken in uitdrukkingen, ze kunnen alleen de woorden even aanvullen die je zelf niet hebt op dat moment. Iets wat goed bewaard wordt blijft goed. Het woord ‘zuur’ krijgt geen kans.
Dat gebeurde natuurlijk ook, die lach.
Mijn dochter vroeg: Waarom moet ik wel afstand houden?
Dat zeg ik steeds tegen haar, als ze naar een vriendin gaat.
Nu was afstand houden niet te doen en zij stond daar bij en betrok het natuurlijk op zichzelf. Ikke wel en jullie niet. Met je grote mond. Ik zag het haar denken.
Dus ik zei: Dat geldt nu niet. Wij zijn familie.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen