Mijn oudste zoon appte me, of ik weer mondkapjes wilde kopen. Ik zei dat die dingen er snel uit zouden gaan, en hij reageerde: Maar niet in de tram. Dat klopt, dus ik stuurde hem een icoontje van een fiets. Hij moet eens een keer de fiets pakken. Hij reageerde niet meer.

Ik zat ondertussen zelf in de trein, met een broeierig stoffen mondkapje op, waar ik nog steeds een hekel aan heb, maar wat wel went. De helft van de tijd hield ik het ding onder mijn kin, ik zat op een strategische plek waar niemand me kon zien en waar ik de conducteur aan kon zien komen.

Het was wel geweldig om weer ergens naartoe te gaan, gewoon een uur en een minuut of twintig in de trein zitten tussen andere mensen die kletsen, die vlakbij elkaar zitten, die een dagje uit gingen. Achter me vier studenten die naar Maastricht gingen om de stad te zien, een wandeling van twee uur en daarna volgde het Bonnefantenmuseum.

Ze deden een kunstopleiding, een type opleiding die ik ook volgde, lang geleden, dus ik volgde hun gesprek met aandacht. Taal theater, beeldende kunst, ze spraken er met een warme vanzelfsprekendheid over. En ze konden er nu weer op uit, en dat maakte deze mensen heel blij.

Een van de studenten had een gedicht geschreven en ingezonden voor een wedstrijd. Het gedicht ging over dat ze mama wilde worden, vroeger. Als kind droomde ze daarvan. Nu dacht ze er anders over. De anderen reageerden niet enthousiast: mama worden was iets voor later, veel later. Eerst zouden ze nog jaren naar kunst gaan kijken, lezen, theater gaan zien.

Precies met die zaken was ik ook bezig die dag: proza, theater en kijken, vooral veel kijken. Op de terugweg zaten er twee oude vrouwen voor me die elkaar kenden maar niet naast elkaar zaten. Corona heeft mensen op afstand va elkaar gezet. De jonge mensen zijn dat sneller vergeten en kruipen direct weer bij elkaar. De oudere generatie heeft meer tijd nodig om te schakelen, of ze vinden het wel goed zo.

«

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen