Toen mijn oudste zoon veertien was haalde hij op 1 april een grap uit. De bel ging. Hij was net de deur uit dus hij kon het ook zijn, misschien was hij iets vergeten. Maar er stond niemand voor de deur. Verderop rende een jongen door de straat. Belletje trekken.

Toen zag ik mijn zoon tussen twee geparkeerde auto’s vandaan komen. Hij zei iets tegen de jongen. Later hoorde ik dat hij zei: Hè, dat is mijn bel!

De jongen was een stuk kleiner en heel bang. Niet belletje trekken bij mijn bel! zei mijn zoon dreigend.

Sorry sorry, zei de jongen.

Dat was in 2017. Nu is hij al bijna achttien en is het aan mijn jongste zoon om een grap te maken. Hij is nog iets te klein en durft soms niks te zeggen, maar toch ga ik hem een grap leren die hij gemakkelijk op straat kan uitvoeren. Het is een interactieve grap.

Het is eigenlijk een grap met straatnamen erin, maar dat is misschien een beetje moeilijk. Op straat vraag je aan iedere voorbijganger: Mag ik u iets vragen? Weet u misschien waar de …straat is? Vul dan een naam in van een straat die niet bestaat, maar die wel aannemelijk klinkt, en leg iets in je toon die de ander vertelt dat je de weg aan het zoeken bent. De Burgemeester van der Polstraat. Dat klinkt goed. Burgemeesters klinken goed.

Weet u waar de Burgemeester van der Polstraat is?

Mensen zijn behulpzaam, vergeet dat niet. Ze willen je helpen, maar ze weten niet waar die straat is. Dus die mensen antwoorden: O dat weet ik niet. Nooit van gehoord. Sorry, maar ik heb geen idee.

En dan zeg je: Dat is de straat uit en dan daar aan het einde rechts.

En dan loop je weg.

Omdat mijn zoontje nog zo klein is lijkt me die straatnamengrap wat moeilijk. Welk kind gaat er nou naar de Burgemeester van der Polstraat? Hij kan dus beter bij ons in het hofje op de stoep gaan staan, liefst tegen de muur of zo, klein en zielig. Dan denken voorbijgangers dat hij alleen is, en misschien verdwaald of zo. Hij moet dan wel de mensen aankijken, een beetje vragend, maar niks zeggen. Als ze hem dan aanspreken, zo van: Ben je helemaal alleen? Of: Is er niemand bij je? Dan hoeft hij alleen maar heel zielig te vragen: Weet u waar mijn huis is?

Voorbijgangers zijn getroffen door het arme jongetje. Ze maken zich klein, willen hem gerust stellen. O jee zeg. En hij hoeft alleen maar te kijken hoe hij altijd kijkt. Verder niks. En als die mensen dan zeggen: Ik weet niet waar jouw huis is, dan hoeft hij alleen maar ons hofje in te wijzen en te zeggen:

Dat is daar!

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen