Dinsdagochtend ging mijn jongste zoon wennen bij school. Hij is bijna jarig, bijna vier. We hadden de hele week gepraat, niet te veel want dan wordt het alleen maar stress, maar ook niet te weinig want dan staat-ie opeens bij school en is het een overweldigende verrassing. Hij wilde in ieder geval niet naar school, hij wilde niet wennen, hij wilde niet de juf ontmoeten, hij wilde niet eens jarig zijn want hij weet heel goed dat hij naar school moet als hij vier is. Dat hij naar school mag, probeer dat er maar eens in het krijgen, in die gedachten.
Het was allemaal wel oké, tot dinsdagochtend. School was ver weg, hij was nog lang niet jarig, en bij de opvang deden ze alsof het zijn laatste dag was, net echt dus, die maandag toen hij ging uitdelen voor zijn verjaardag. Maar toen was het dinsdag en verstopte hij zich boven in zijn slaapkamer in een hoekje van zijn bed en zat hij daar heel zielig te kijken.
Ik wil dat niet, zei hij.
Ik moest echt al flink praten om hem mee naar beneden te krijgen, afleiding zoeken en tussendoor wel duidelijk maken dat we toch echt zo zouden gaan, want ik wijk niet af van dat pad, en om tien voor half negen zou ik bij dat hek bij school staan, dat was wel zeker, en volgens mij begreep hij dat ook wel.
Ik gaf hem brood en wat te drinken, ik lokte hem met wat lekkers, ik deed hem zijn kleren aan, we gingen naar de wc en toen zei ik: We gaan.
Nu werd het weer ernstig. Hij wilde niet, ik tilde hem op, zette hem op de fiets, hij huilde, ik liep naar school want het is niet ver en dan had ik nog even de tijd om met hem te praten, over de vuilniswagen die we zagen, over de reiger die bij de sloot stond, over de kettingzagen die in een andere sloot achter een wilg verborgen waren maar die we wel hoorden, en toen waren we bij het schoolplein en wachtten we op de juf.
Er kwam een buurmeisje aan, die kende hij al. Twee meisjes van de opvang werden door de opvangjuf gebracht, ze zwaaiden naar hem. Toen kwam de juf. Even groeten en kletsen, en die kleine jongen verborg zich achter mijn benen. Ik tilde hem op, overhandigde hem als een pakketje aan de juf, hij huilde en riep en klampte zich aan me vast, maar ik was al vertrokken.
Dan ga je toch met een vervelend gevoel naar huis, maar wat te voorzien was gebeurde ook, na een halfuurtje al stuurde de juf een berichtje dat het goed ging, dat hij naast haar zat, dat vond hij veilig. Later hoorde ik dat hij gespeeld had met een grote auto en dat hij de ganzen die bij de school op een dijkje wonen gezien had uit het raam en dat hij zijn banaan opgegeten had.
Hij had het leuk gehad.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen