Alleen fictie voegt iets toe.
In een tijd waarin beeld supersnel gedeeld wordt, waarin geen vragen gesteld worden maar meningen al klaar liggen, en die meningen daarna over elkaar heen buitelen, is fictie de enige optie. En dat terwijl fictie het moeilijk heeft.
Ik plaatst soms foto’s op social media, vergezeld met tekst. Bijvoorbeeld een foto van drie legoblokjes waar mijn zoontje van bijna vier drie frietsausjes in herkende. Hij benoemde dat zelf. Ik vond het een mooi idee, maakte een foto van de blokjes, plaatste daar de tekst over de sausjes bij, ketchup, satésaus en mayonaise. Naar het verhaal hoe de foto met de tekst tot stand gekomen is vraagt niemand.
Dat is bij die foto niet zo erg, het is allemaal onschuldig, maar evengoed had ik zelf die sausjes kunnen linken aan legoblokjes en dat in de mond van mijn kleine zoontje kunnen leggen, dat vergroot aanzienlijk het effect. Dan komt fictie om de hoek kijken.
De totstandkoming van posts bestaat niet, en juist dat fictieve deel is interessant. Dat is de basis voor verhalen.
Bij een andere post ging het over mijn oudste zoon. Ik post vrijwel nooit iets over hem, omdat ik weet hoe hij reageert op mijn beelden en teksten, op alles wat verzonnen is. Daar zit de crux. Hij vindt dat in alleen maar onzin vertel.
Zijn generatie is erg handig met beeld, vooral op Instagram. Hij heeft ongelofelijk veel volgers, maar materiaal zelf maken doet hij niet. Het principe is: je kopieert filmpjes of foto’s van anderen en dan plaats je die met die ander zijn naam erbij, en dan is iedereen blij.
Iedereen kan in principe maker zijn, maar wat vooral gebeurt: iedereen kopieert.
In deze digitale fictieve wereld speelt fictie echter een minimale rol, want je zet er de naam bij van wie je het filmpje hebt, al die namen en accounts zijn terug te vinden en ook al zijn ze schimmig, zijn de namen fictief en de profielfoto’s onherkenbaar, het is wel hun werkelijke wereld. Alles is echt.
Een ander deel van Instagram is de portrethoek, gevuld door duizenden mensen die dagelijks foto’s van zichzelf posten. Ook op dat vlak is fictie de regel. Werkelijke fictie ligt bij de makers.
Een momentopname van een model aan zee, daar lijkt Instagram voor bedoeld. Niet voor de totstandkoming van die foto, en al helemaal niet voor het chagrijn dat aan de kiekjes vooraf gaat. Wie knipt het kiekje, waar ga je staan, hoe sta ik erop? Nog even overnieuw, mijn lach was niet goed.
Een foto maken van een groot grijs gebouw en daarbij zeggen: ‘Schitterende architectuur,’ is geen fictie en ook geen gedegen analyse van de architectuur. Het is een grappig zinnetje bij dat gebouw. Daar begint het leuk te worden, omdat de fictie niet meer verstopt zit.
Misschien begon het bij mijn oudste zoon toen ik jaren geleden een foto plaatste van zijn bed met daarboven een keukenrolhouder, en de tekst: ‘De tienerkamer is klaar.’
De grap was niet alleen die keukenrol, de grap was dat hij die keukenrol nooit gezien heeft. Voor die nuance in fictie is op social media geen ruimte. Reactie die gingen over privacy of over hoe erg dit was voor die jongen of dat ik zoiets niet mocht doen waren niet van de lucht, wat natuurlijk wel aangeeft hoe zeer mensen vertrouwen in de echtheid van beelden. Bewonderingswaardig, maar misplaatst.
In een digitale wereld waarin vrijwel niks echt is, kan alleen fictie echt zijn. Vraag je bij ieder beeld af: hoe is dit gemaakt, wie hebben hier lol aan gehad?

»

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen