Op weg naar de winkel zag ik de mannen van Pantar op het plein staan. In het midden van het plein lagen de vierkante zware klinkers schots en scheef. Dat moeten ze herstellen, dacht ik, maar dat was niet zo. Ze moesten alleen het vuil opruimen.
Bij de supermarkt stonden ze voor me bij de kassa, twee grote mannen in hun oranje jassen. De eerste was Turks. Hij had een opblaasluchtbed in de vorm van een wielrenner van de Jumboploeg uit de winkel meegenomen naar de kassa en nu was de kassajuffrouw aan het opzoeken of dat ding gratis was bij de boodschappen of dat het geld kostte.
Dat ding kost een euro, zei de vrouw.
De Turk zei: Dan hoef ik hem niet.
De vrouw legde de verpakking waar het luchtbed in zat achter de kassa.
De andere oranje man zei: Nou, ik wil hem wel.
De kassajuffrouw haalde het luchtbed weer tevoorschijn en de man rekende af, twee euro tien voor een halve liter yoghurt met vruchtjes en een wielrennersluchtbed. De man zei: Ik ga naar Spanje.
Mooi, zei de kassajuffrouw.
Dan kan ik in Spanje op dit ding in de zee drijven, zei de man.
Ik had mijn boontjes en vis en melk al op de band staan, maar ik had de tijd en ik hoor graag dit soort gesprekken.
De man zei weer: Ik ga naar Spanje.
Alsof de vrouw het niet gehoord had. Ik zei niks.
Met zijn luchtbed en de yoghurt liep hij naar het busje waar de Turk en de andere werklui van de plantsoenendienst in zaten. De Turk at een croissantje.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen