In mijn kledingkast lagen veel kleren die ik amper meer draag. Dus ging ik het uitzoeken. Ik maakte nieuwe stapels. Drie spijkerbroeken gooide ik in een tas voor de kledingbak. Ik kocht twee nieuwe, donkere spijkerbroeken. Ik sorteerde overhemden. Een stapeltje nette overhemden die ik heel soms aan heb bij sjieke gelegenheden en dagelijkse overhemden die wel lekker zitten. Een stapel shirtjes die ik aan kan, de oude versleten of lelijke shirtjes gooide ik in een tas voor de kledingbak. Ik had een enorme stapel voetbalshirts. Met trainen heb ik altijd de shirtjes aan die lekker zitten, de rest zijn museumstukken, of voor een eventuele invalbeurt bij teams die geen eigen shirts hebben. Die gingen in een doos. Het deel van de kast met de hangertjes zocht ik ook uit. Een paar jasjes, twee vastelaovespakken, een winterjas voor als het erg hard vriest en een Adidas-jasje dat ik niet weg wil doen. De grootste stapel bestond uit vastelaovesshirtjes, -hemden, -bloesjes en -broeken. Die gingen ook in de doos en die doos schoof ik op de berging helemaal op zolder. Wat ik alleen nog uit moet zoeken zijn de sokken en de onderbroeken maar die twee laatjes ogen vrij goed: ik heb voldoende, dat sorteren gaat geleidelijk. Kom ik iets tegen dat versleten is dan gooi ik het weg. Een van de nieuwe broeken is van Wrangler. Hij zit heel lekker.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen