Bij de molen lag een breed kanaal met daarover verschillende platte bruggen, en daar was het perfect vissen. Het uitzicht was goed, het water rustig, en er stonden geen bomen – want vissen onder een boom is wel lekker als het om de schaduw gaat op een warme dag, maar recht onder een boom met een hengel van vijf meter is niet te doen. Er was daar niks, er kwam daar niemand. Niks en niemand, daar gaat het nu even om.

Jongeren klagen tegenwoordig al snel dat er niks te doen is. En dan hebben ze het over Amsterdam, na een jaartje lockdown. Amsterdam. Waar trams rijden, waar parken zijn en cafés, waar je overal kunt voetballen en kunt varen door de grachten als een koning, ook al heb je geen cent. Waar je wiet kunt kopen en pillen, waar overal muziek is, waar enorme scholen zijn waar het vanzelfsprekend niet om het leren gaat, maar om al die andere jongeren die je er kunt ontmoeten. Daar is niks te doen.

Het zal wel vervelend zijn, maar het kanaal daar bij de molen, daar was pas niks te zien en niks te doen. Drinken moest je zelf meenemen, maar dat deed je nooit. Ik zat daar alleen. Voor een school moest ik vanaf die plek vijftien kilometer fietsen, voetballen kon in die weilanden niet, er reed toen al geen bus meer, er waren geen drugs of pillen, nergens klonk muziek, alleen heel af en toe het brommen van een tractor.

En toch zat ik daar dagenlang, heerlijk alleen met mijn hengel van vijf meter, mijn blauwe viskoffer, wat te drinken en later wat te roken, en ik keek naar de wolken die boven de grienden voorbij dreven, naar het zonlicht dat door de wolken en door het wegtikken van de tijd veranderde, ik keek naar het water, naar de schaduwen op het water, het aantikken van de dobber.

En als ik daar nu aan terugdenk schiet me door het hoofd dat de jongeren tegenwoordig geweldig onder druk staan, zegt men. Ik weet dat ze zich geen raad weten met de eisen die scholen opleggen, dat een taakje in het gezin al bijna niet te overzien is, dat ze overspannen worden van iets wat ze moeten, maar niet van iets wat ze zelf eisen, dat ze al in paniek raken als ze hun flesje water vergeten zijn en een paar uur moeten overbruggen, dat ze overprikkeld zijn als het ze uitkomt, maar binnen de kortste keren overspannen als ze werkelijk aan de bak moeten, dat ze yoga moeten doen om adem te kunnen halen, dat ze therapie moeten doen om hun leven te begrijpen en boeken moeten lezen waar in staat hoe ze weer zen kunnen worden, dat ze bij iedere hap eten denken aan de belasting van het milieu, en dat ze vandaag al niet meer weten hoe ze het morgen zullen hebben.

Hoe is de huidige generatie jongeren aan het verstand te brengen dat ze een hengel moeten kopen, van vijf meter, en dat ze een hele dag, van vroeg in de ochtend tot lekker ver in de middag, aan een kanaal met uitzicht moeten gaan zitten, op de juiste plek, helemaal alleen, met niks dan je eigen gedachten in deze omgeving? Hoe doen we dat?

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen