Wie in de jaren tachtig van de vorige eeuw Koninginnedag (zo heette vroeger Koningsdag, toen we nog een koningin hadden) heeft meegemaakt met een versierde fiets (zo vierde je vroeger Koninginnedag: met een optocht van versierde fietsen) weet dat het in april koud kan zijn. Echt ijskoud.

Nu was het Pasen en fietste ik op mijn gewone zwarte fiets met bagagerekje boven het voorwiel naar de supermarkt, door een sneeuwstorm, en dacht ik aan de capuchon die ik als kind aan mijn parka (zo heette vroeger een gevoerde winterjas) had zitten en die op een van die feestelijke ijskoude Koninginnedagen strak om mijn hoofd zat. Ik stond bibberend langs de weg, samen met mijn tweelingbroer.

Met pvc-buis hadden we een boog op de fiets gemaakt, in de breedte aan het stuur of in de lengte van het stuur naar de achterkant van het zadel. Aan die boog zat crêpepapier, dat wapperde in de wind. Het plakband liet al los. Ik had een sjaal om en handschoenen. Het waaide heel hard.

We hadden wel eens zo’n versierde fietsenoptocht gehouden met een zonnetje, volgens mij kwam dat echt wel voor, maar in mijn herinnering was het tijdens Koninginnedag altijd heel erg koud en had je zeker een capuchon nodig.

Het fietsen door het dorp duurde maar een halfuurtje. Het waren maar een paar straten. Toen kon iedereen gelukkig weer naar huis. Ik kreeg een mok met daarop de afbeelding van Koningin Juliana, een indrukwekkend wapen en een jaartal.

Toen ik bij de Jumbo kwam haalde ik eerst geld uit de pinautomaat (zo heette vroeger een kastje aan de muur waar je geld uit kon halen) voor de glazenwasser die deze maand weer zou komen. Dat is het enige moment waarop ik nog contant geld uit de automaat haal.

Voor de supermarkt waaide een donkere lege vuilniszak heel hoog de lucht in. Het gebouw telt zo’n acht verdiepingen. De vuilniszak ging nog veel hoger dan dat, wachtte op de zijwind, schoot toen met een ruk in de richting van de trambaan, daalde weer, en bleef op een van de strakgespannen vlaggenmasten hangen. Het was zo’n beetje de enige franje aan deze koude aprildag. Een zwevende vuilniszak.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen