We gingen een weekendje naar Maastricht. Zonder kinderen. Die toevoeging is erg belangrijk. Het hele jaar zijn wij er voor de kinderen, nu was het een heel geregel om ook dit weekend de kinderen onder de pannen te hebben, maar na dat geregel was het een weekend zonder kinderen.
Wat er eerst gebeurt: je mist de kinderen. Je mist de vragen, om drinken, koek, iets lekkers. Je mist het zeuren en het streng zijn. Je mist het aandacht vragen en aandacht geven, zeker ook dat verslavende laatste. Als je het gewend bent drie kinderen om je heen te hebben alle tijd behalve schooltijd, dan doet het geven van aandacht je goed voelen. Een weekend weg betekent: geen aandacht meer kunnen geven. Dat voelt het eerste uur leeg.
Daarna denk je niet meer aan de kinderen. Eindelijk. Heerlijk. Even helemaal niks meer hoeven en voor niemand zorgen behalve jezelf terwijl anderen naar je kinderen omkijken, dat is toch wel een geweldige rijkdom.
Dus gingen we de stad in, ergens een broodje eten, de Sint Servaes zien, een kroeg in waar als verrassing een bleugrassband speelde, uit eten in een Vlaams restaurant, en sliepen we in een hotelkamer op de vijfde verdieping met uitzicht over de heuvels van Limburg met een kerkje ertussen.
Zelfs in zo’n hotelkamer zijn er nog momenten waarop ik aan de kinderen dacht. Die zijn er nu eenmaal altijd, en dit tijdelijke afstand nemen is echt tijdelijk, het weerzien heel goed, de tijdelijke rust als een oplader voor de batterij. Vandaag en morgen en de rest van de week, het jaar, weer rennen voor de kinderen.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen