In een liedje op een album dat ik de laatste weken veel luister, wordt gezongen: God will make you laugh, God zal je laten lachen.
De God in de polder waar ik opgroeide liet niemand lachen. Het was die God die bepaalde wat er met de mensen gebeurde, en als ze wilden dat het leven anders zou gaan dan hadden ze zich maar anders te gedragen.
Mijn dochter van dertien twijfelt erg aan het bestaan van God. Dat gebeurt op die leeftijd. Je hebt geen idee hoe God eruit ziet en wat je met het geloof moet. Je denkt eenvoudig: als God liefde is, zoals ze zeggen, waarom is er dan ziekte?
Nou?
Ik weet wel waarom er ziekte is, dat is de natuur. Dieren en planten worden ook ziek, soms. Mensen ook. Het is een zekerheid dat we ouder worden en slijten en een van de natuurlijke selectiemiddelen komt van binnenuit – ik weet er alles van.
Ziekte werd op de kansel verklaard, niet als een straf maar als een teken. Mensen moeten weten dat ze niet het eeuwige leven hebben.
Dat weet ik wel, maakt u zich geen zorgen.
Pas als de loterij geen loterij meer is, maar iedereen dezelfde kansen heeft en er dus geen ziekte meer is, maar een rechtvaardige beslissing over leven en dood, over ziek worden en niet ziek worden, dan zou God bestaan, in de gedachten van mijn dochter.
Maar God gaat niet buiten de natuur om, de grootste God die we hebben is de natuur zelf.
En de natuur is geen liefde, dat is slechts een onderdeel van de natuur dat vanzelfsprekend veel aandacht krijgt, het laat de natuur bestaan, maar verder is de natuur vooral vergankelijkheid, een desastreuze kracht die zo sterk en overweldigend is dat het je uiteindelijk zonder te lachen doet geloven in…
God.

«

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen