NRC Handelsblad

Hoe lang kan een schrijver met ieder boek beter worden? Jan van Mersbergen heeft zich sinds zijn debuut in 2001 (De grasbijter) via De macht over het stuur (2003) en De hemelrat (2005) met regelmatige stappen ontwikkeld. Zijn hoofdpersonen zijn steevast zwijgzame jonge mannen, die zich amper raad weten met de wereld en zich ongemakkelijk afvragen hoe ze zich tot vrouwen moeten verhouden. (…)

De eerste keer dat je Morgen zijn we in Pamplona leest word je voortgestuwd door de dubbele spanning: wat gaat er in Pamplona gebeuren en wat is er met Danny gebeurd in Amsterdam? De tweede keer valt je op met hoeveel zorg Van Mersbergen zijn personages en thema’s uitwerkt. De kernvraag in de roman is vluchten of vechten. Robert is de man die weloverwogen en volgens plan voor de vlucht kiest: hij vlucht ieder jaar een paar dagen naar Pamplona om daar verder te vluchten voor de stieren. Danny is een vechter. Zijn vlucht is geïnproviseerd, hij heeft ook geen talent om te vluchten: dan loopt hij tegen de touwen aan en veert hij terug de ring in. Een vergelijkbare tegenstelling zit in de beheersing die beide mannen aan de dag leggen. Robert heeft een uitlaatklep, Danny weet dat zijn krachten te groot zijn om ze te kunnen beheersen. Dat maakt Van Mersbergen mooi duidelijk in een van de talloze subtiele scènes in het boek. (…)

Het dialoogje laat zien hoe bedreven Van Mersbergen is in het oproepen van een sfeer. (…) Zo krijgt Van Mersbergen je steeds weer waar hij je hebben wil door veelzeggende details. (…) De derde keer dat je Morgen zijn we in Pamplona leest (en ongetwijfeld ook de vierde en vijfde keer) is het steeds weer de subtiele pracht van de scènes in de auto die je bij de lurven grijpt: soms hebben de gesprekken van de mannen de trekken van een gevecht, vooral wanneer de bokser probeert te ontsnappen aan de vragen van zijn liftgever. Maar juist op die momenten wordt duidelijk hoe intiem een gevecht juist is. Het contrast met de ijskoude seksscènes die in de flashbacks worden beschreven, is treffend.

Zo ben je geneigd de roman als een liefdesverhaal te lezen, maar dat voert te ver. Wel kun je veilig stellen dat de vólgende roman van Van Mersbergen werkelijk niet beter kan zijn dan Morgen zijn we in Pamplona. (Arjen Fortuin)

VPRO Gids

De voorpublicatie van de vierde roman van Jan van Mersbergen in de bundel Magazijn (de tien beste jonge schrijvers van nu) was vorig jaar al veelbelovend. En, verdomd, Morgen zijn we in Pamplona maakt de belofte ruimschoots waar in een spannende roadmovie van een verhaal. (…) Van Mersbergen schrijft een uitgebeend poëtisch, stuwend soort proza, zonder in Rocky-romantiek en slappe Hemingway-imitaties te vervallen. Knap. (Katja de Bruin)

De Volkskrant

‘What ever happend to Gary Cooper, the strong, silent type?’ Het citaat is afkomstig van Tony Soprano. Keer op keer vraagt de mafiabaas zich af waar ze gebleven zijn, de stoere stille mannen die zelden over hun gevoelens praten. Dat het Soprano zelf is die zich dit afvraagt, is een fijne vorm van ironie, want uitgerekend hij bezoekt wekelijks zijn psychiater om haar te vertellen wat hem op het hart ligt. In het verbeelden van de moderne maffia mag de feminisering, net als in de werkelijkheid, keihard hebben toegeslagen, in het oeuvre van Jan van Mersbergen is alles bij het oude gebleven. De strong silent type gaat er onverminderd zijn gang.

In Van Mersbergens nieuwe roman Morgen zijn we in Pamplona is de hoofdrol opnieuw voor zo’n silent type. (…) In korte fragmenten vertelt Van Mersbergen over de ongelukkige liefde van Danny en Ragna. De liefdesgeschiedenis is er een als zovele: kort, heftig en met een slechte afloop. Die liefde is niet waar Van Mersbergen echt op inzet. Eerder benadrukt hij hoe mannen in hun zwijgen toch alles kunnen vertellen.

Zo bevat het boek nogal wat dialogen die op het eerste oog houterig aandoen. Maar kijk je beter, dan zie je dat ze uiterst functioneel zijn. Het typeert het minimalistische spreken dat soms tussen mannen kan plaatsvinden. Van Mersbergen heeft dat in zijn roman exact weten te vatten. En, ook niet onbelangrijk: een beetje aandacht voor het masculiene kan wel weer. Het biedt een mooi tegenwicht in een tijd waarin het vrouwelijke zo hogelijk gewaardeerd wordt. (Daniëlle Serdijn)

De Morgen

Het verhaal is de moeite meer dan waard, maar Morgen zijn we in Pamplona valt vooral op door de stijl. Zakelijk en geserreerd, zo mogelijk nog zakelijker en nog geserreerder dan in zijn eerdere romans, vertelt Van Mersbergen dat wat verteld moet worden en geen woord meer. Geen gepsychologiseer, geen uitleg.

Wel heeft de schrijver oog voor details en als hij schrijft lijken al zijn zintuigen mee te doen. Samen met Danny zien we de kleuren van de avondhemel, ruiken we de koeien in een vrachtwagen op een parkeerplaats en de koffie in het wegrestaurant, voelen we de Spaanse zon op zijn huid, zijn stijve ledematen na een nacht onder de sterren. En sterker dan alles hoort Danny, en wij met hem: het gestamp van de stierenhoeven, het brullen van de automotor. Maar ook geluiden die er niet zijn: zijn naam, gefluisterd door zijn meisje, het aftellen van de scheidsrechter. Die zintuigelijke en tegelijkertijd strakke stijl, maakt Morgen zijn we in Pamplona tot een intense leeservaring. Daarbij voel je iets smeulen, onder die gewone woorden, die korte zinnen: het menselijk onvermogen met het leven om te gaan, de keus tussen het wegrennen van Robert en het vechten van Danny.

Vanaf zijn debuut is Jan van Mersbergen steeds beter gaan schrijven. Dit is zijn beste roman tot nu toe. (Wineke de Boer)

Het Parool

Morgen zijn we in Pamplona kan wel eens de doorbraak van Jan van Mersbergen worden. Een mooi geschreven road-novel waarin Van Mersbergen langzaam het verhaal prijs geeft. Een roman die meer lezers verdient dan zijn vorige boeken. Het feit dat Van Mersbergen niet wist hoeveel boeken er in eerste instantie gedrukt waren, zegt iets over zijn schrijverschap. (Maarten Moll)

Vrij Nederland

In zijn volgend jaar verschijnende roman Morgen zijn we in Pamplona laat Jan van Mersbergen zien dat hij meer kan. Prachtig draait hij twee verhaallijnen in elkaar. (…) Met zijn bijna kale vertelling weet Van Mersbergen een onderhuidse spanning op te wekken. Ontgoocheling of ontlading, dat zijn de twee mogelijkheden waarop het uit kan draaien. (…) Het is idioot om bij een vierde boek te zeggen dat je een schrijver hebt ontdekt. Toch kan ik niet anders dan eerlijk zijn: Jan van Mersbergen was voor mij een ontdekking. (Lidewijde Paris)

De Telegraaf

Morgen zijn we in Pamplona van Jan van Mersbergen is een echt mannenboek. Er wordt veel gezwegen. Over gevoelens wordt niet gepraat. In deze road novel, sober van taal, wordt gaandeweg duidelijk wat beide mannen drijft. Pas als de auteur ‘zijn Pamplona’ bereikt, krijgen kale zinnen inhoud, worden stiltes betekenisvol en verandert een ‘artefact’ is een organische roman. Ruwe bolster, blanke pit. Zo zou je Morgen zijn we in Pamplona kunnen typeren. (Lies Schut)

Leeuwarder Courant

Er zijn twee manieren van wat je ‘achteloos vertellen’ noemt. In eerste instantie ben je geneigd het proza van Jan van Mersbergen ‘onachtzaam vertellen’ te noemen. Als je eenmaal aan de wat merkwaardige stijl van Van Mersbergen gewend bent (en dat gaat verrassend snel) denk je eerder een ’terloops vertellen’. Achteloos in de positieve zin van het woord. Een groot deel van de roman speelt zich in de auto af. We lezen vele gesprekken die je wederom ’terloops’ moet noemen. Hier stuit ik op een van Van Mersbergens grote krachten: het weergeven van dialogen tussen twee mensen, waarvan de ene eigenlijk niet wil praten.

Danny is inderdaad een bijzonder zwijgzaam mens. Meer een doener, geen gekke eigenschap voor een bokser. Via intermezzo’s in het reisverhaal komen we er achter waarom Danny met de duim omhoog langs de weg is gaan staan: een verloren liefde. Een aangrijpend verhaal.

Ik merk dat het moeite kost Morgen zijn we in Pamplona na te vertellen. Het is ook niet nodig, geloof ik. Beter is Van Mersbergens korte en bondige proza zelf te lezen. Eenmaal deze roman genoten laat de sfeer je niet gauw meer los. (Atte Jongstra)

De Morgen en Het Financieele Dagblad

‘Mijn debuut De grasbijter werd door een boer gelezen die de omgeving kende waarin het boek speelde. Hij snapte niet hoe ik het voor elkaar kreeg om hetzelfde landschap – gras, bomen en lucht – steeds anders te beschrijven. Natuurlijk heb je de wisseling der seizoenen en de weersomstandigheden, maar er zijn nog zoveel meer factoren die bepalend zijn. De boer stapt immers anders door zijn weiland als hij een kater heeft, of net heeft lopen bekvechten met zijn vrouw. Je gevoel bepaalt de beleving van de wereld. Zo hoop ik ook dat de lezers in Morgen zijn we in Pamplona gevoelsmatig tot de personages kunnen doordringen, anders heb ik iets verkeerd gedaan.’ (Fleur Speet)

KRO Goedemorgen Nederland

Zijn grote doorbraak? Misschien kan dat met zijn vierde boek zomaar gebeuren. Als hij een prijs wint, dat gevoel heb ik. Hij deed me denken aan iemand als Münstermann die dat ook is overkomen met de AKO literatuurprijs. Het zou terecht zijn, want het is een zeer verdienstelijk schrijver. (…) Die Van Mersbergen, hij schrijft heel beschrijvend, filmisch haast. Alleen de handelingen. Hij voert het principe Show, don’t tell tot in het extreme door. Laat het zien en beschouw niet. De drijfveren en angsten van de hoofdpersonen blijven heel lang onduidelijk en dat zorgt juist voor die spanning. Het is alsof je als lezer op de achterbank van de auto zit en denkt: Wat is hier aan de hand en wat gaat hier gebeuren? Dus een grote doorbraak? Met dit boek zou dat heel goed kunnen. (Susan Smit)

Noord Hollands Dagblad

We moeten het doen met de kale feiten en de tastbare omgeving. En daarin munt Van Mersbergen uit. In een afgewogen, rustig tempo en een nauwkeurige, gedetailleerde stijl, krijgt alles betekenis (…) Door het uitvergroten van kleinigheden en het onbenoemd laten van de drijfveren ontstaat er een onderhuidse spanning, een beklemmende lading. (…) Voor wie aandachtig leest, wordt er veel prijsgegeven. (Karien Hilbers)

BNR Nieuwsradio

Morgen zijn we in Pamplona is een road-movie maar dan in een roman. Heel bijzonder. Er gebeurt heel weinig, het is heel filmisch, heel kaal opgeschreven. Dat levert een doordringende roman op en gek genoeg is de roman ook afstandelijk. Dat is de stijl van Jan van Mersbergen. Hij is iemand die erg houdt van afstand in taal. Dat heeft met zijn personages te maken. Die hebben geen controle over hun emoties. Dingen overkomen hen. Dat is knap, want als schrijver moet je dan de personages en hun emoties heel goed doorvoelen. Ik zou het een delicate roman willen noemen. (Fleur Speet)

Literair Nederland

Een hele reeks vragen duiken op bij het begin van deze roman. Met mondjesmaat wordt het verhaal ontsponnen en krijgt de lezer een klaardere kijk op deze twee persoonlijkheden. Met een spannend opgebouwde plot slaagt Van Mersbergen erin om de oorspronkelijk twee verschillende personages toenadering te laten vinden in hun mens-zijn. Elkaar aanvoelen, elkaar begrijpen zonder veel woorden en tot de actie overgaan wanneer het echt nodig, het zijn relatie-en communicatiepatronen waarbij niet veel gesproken wordt, maar waaruit een diepe en intense band of een onuitgesproken vriendschap kan ontstaan, soms gedefinieerd als magische momenten. Als lezer voel je deze magie ergens hangen en wordt je steeds meer geprikkeld door de alsmaar openbarende en uiteindelijk ultieme leeservaring.

Net zoals de communicatie tussen de hoofdpersonages zich kenmerkt door een gebrek aan een verbale component, zo is ook de schrijfstijl van de auteur: sober, kaal, kil, koel, strak, afstandelijk en leeg. Het boek bevat dan ook veel beschrijvingen van zintuigelijke waarnemingen, details en stroppende dialogen. Hierdoor is het aan de lezer is om de suggestieve onvolledigheden van de hoofdpersonages in te vullen. Van Mersbergen slaagt er echter telkens in om op het gepaste moment, met veel gevoel voor timing en perfect uitgebalanseerd, de ontluisterende en constructieve leidsman te zijn die de blinde vlekken zichtbaar maakt. Hij heeft de lezer als het ware in zijn greep door de creatie van een eenvoudige, maar goed gecomponeerde en spannende plot. Door te kiezen voor een open einde, waarbij iedere lezer zijn fantasie mag aanspreken, wordt nog eens het afstandelijke benadrukt. Maar nu een afstand die wat minder groot is geworden omdat hij de lezer ook heeft ondergedompeld in de magie van de kleine, onuitgesproken en onopgemerkte zaken. (Geert Beernaert)

8WEEKLY

Oog in oog met de aanstormende stieren van Pamplona verliest bokser Danny alle besef van tijd en plaats. Het is wat je een ‘bloedstollende’ confrontatie kunt noemen. Maar Jan van Mersbergens roman Morgen zijn we in Pamplona biedt veel meer dan een vaardig geschreven spannend verhaal. De romans van Jan van Mersbergen worden gekenmerkt door een schijnbare alledaagsheid van onderwerp, kleine dingen die door de schrijver een eigenzinnige draai krijgen en zo het verhaal in gang zetten. (…)

In flashbacks onthult Van Mersbergen aan de lezer geleidelijk de oorzaak van Danny’s onvoorbereide vlucht. Hoe dichter bij Pamplona, hoe meer er duidelijk wordt – in eerste beschouwing is de roman een prachtige oefening in het creëren van een spannend plot. Eenvoudig en beheerst leidt Van Mersbergen de lezer naar het einde. Hierbij vertelt Van Mersbergen weliswaar de aanleiding voor Danny’s gedrag, maar laat hij de precieze aard van zijn gevoelens, de werkelijke drijfveer voor zijn gedrag verborgen. Zo wordt de lezer deelgenoot van een ongemakkelijke autorit van twee mannen die niet bij elkaar hoeven te zijn en wier gedrag voor elk weldenkend mens ondenkbaar zou zijn. (…)

Van Mersbergen creëert in Morgen zijn we in Pamplona niet alleen een spannende plotontwikkeling. Nog meer dan de spanning dringt de vraag zich op wat de personages bezielt, waarom ze doen wat ze doen. De twee mannen komen tot elkaar, blijken veel voor elkaar over te hebben. Uit naastenliefde, zoals de achterflap suggereert? Maar dat is toch een tegennatuurlijke zelfopoffering, een christelijke deugd, een vorm van beschaving. Eerder handelen Danny en Robert instinctief. Door de nood van de ander komt in hen het meest menselijke naar boven, maar Van Mersbergen weet te overtuigen dat dit niet egoïsme of lijfsbehoud is, maar verwantschap met de medemens. Daarmee is Morgen zijn we in Pamplona met zijn ‘boodschap’ van hoop niet zoetsappig, maar juist ontregelend. (Dirk van der Lingen)

Recensieweb

Uiteindelijk wordt ook duidelijk waar Danny voor op de vlucht sloeg. Maar daarmee is lang niet alles duidelijk. Gelukkig. Want juist daarom krijgt het verhaal en de thematiek zijn kracht mee. (…) En niet alleen de antwoorden zijn summier, ook de schrijfstijl kenmerkt zich door leegte, kaalheid. Ja, er wordt wat afgezwegen in dit boek. Robert en (vooral) Danny gebruiken weinig woorden, Van Mersbergen nog minder. De sfeer- en situatieschetsen zijn sober, kil haast, en laten veel aan de fantasie over.

En zo draagt de schrijfstijl weer fantastisch bij aan het verhaal waarin het zoeken is naar antwoorden. Waar het ook voor zorgt – en dat heb ik nog niet eens genoemd – is dat het een enorme spanning opbouwt in het verhaal, vanaf de eerste pagina. Een spanning die door de onbeantwoorde vragen ook blijft hangen na het verhaal. En dat levert een heerlijke leeservaring op. (…) Juist daar waar Van Mersbergen de lezer laat raden, en dat is gelukkig bijna het hele verhaal door het geval, deelt hij rake klappen uit. **** (Pieter Wybenga)

NBD Biblion

Van Mersbergens vierde roman is een sober geschreven verhaal (…) Het taalgebruik in deze paperback is direct en zeer toegankelijk; de themathiek is aansprekend en blijft de aandacht vasthouden. Een aansprekend mannenverhaal. (J.J. Groen)

Schrijverdezes

Over Bonita Avenue schreef ik ‘Ik begon te verlangen naar een kort zinnetje zonder beelden, zonder verrassend gekozen bijvoeglijke naamwoorden, gewoon een eenvoudig zinnetje waar niks aan te ontdekken was, een rústig zinnetje.’ Deze wens werd pas vervuld in het volgende boek dat ik las. Morgen zijn we in Pamplona van Jan van Mersbergen is een boek vol rustige zinnen, wat overigens niet wil zeggen dat aan die zinnen niks te ontdekken valt. Het boek beviel me een stuk beter dan dat van Buwalda. Geen taal die me overspoelde, maar niettemin taal die me meesleepte, zoals ik merkte toen ik het boek las in de trein naar Zeeland en niet eens naar buiten keek, wat ik toch meestal af en toe doe.

Van Mersbergen is zuinig met woorden en informatie. Hij laat het voor een deel aan de lezer over te bedenken wat er aan de hand is. Of wat er aan de hand zou kunnen zijn. Het blijft lang allemaal een beetje duister en als je het boek uit hebt weet je nog steeds niet alles. Als je dan het begin voor de tweede keer leest, zoals ik deed, krijg je er wel meer greep op dan de eerste keer, maar er blijven nog steeds dingen over die je maar moet aanvoelen of die je gewoon niet te weten zult komen. Dat komt omdat je in het boek niet alles in detail krijgt voorgeschoteld. Je leest veel gesprekken en gedachten. Die gesprekken bestaan uit korte zinnen en uit stiltes. Die gedachten zitten in het hoofd van een ander en je moet er al lezend maar een context en een verklaring bij zien te bedenken. De schrijver helpt je daar wel bij, maar niet al te veel. Zoek het maar uit, ontdek het maar voor zover het je lukt, accepteer maar dat je niet alles zult weten, de medemens is nou eenmaal niet eenvoudig te begrijpen, hij snapt zichzelf tenslotte ook lang niet altijd. Niks aan te doen. Zo is het leven.

Dit verhaal wordt afgewisseld met terugblikken waarin je langzaam meer te weten komt over wat er tussen Danny en Ragna is voorgevallen. Aan het eind van het boek zijn er nog vragen over. Hield Danny van Ragna? En zij van hem? Hoe zal het verder met hen gaan? Waarom liep Danny niet weg toen de stieren kwamen? Je vraagt je ook af hoe het Robert zal vergaan. Gaat die volgend jaar weer naar Pamplona of zal zijn vrouw hem daarvan weten te weerhouden? En hoe krijgt hij nu zijn hoofd leeg? De lezer kreeg een kortstondig kijkje in het leven van twee mannen. En leerde wat over de bokswereld en het stierenrennen. En besefte weer eens dat de liefde en het leven vaak niet eenvoudig zijn. Dat is geen nieuws maar soms wordt het verrassend verteld.

Ansiel

Morgen zijn we in Pamplona is één van de sterkste Nederlandse Nederlandse romans die ik de laatste jaren gelezen heb. Het verhaal wordt héél sober weergegeven, maar het roept een spanning op waar je kippenvel van krijgt. Als lezer kan je er echt een filmscenario bij opbouwen. In mijn fantasie zag ik een jonge Marlon Brandon, stug en maximaal contactgestoord in die wagen zitten en terugblikken op de ramp die hij ongewild heeft veroorzaakt. Doordat de auteur tergend traag zijn verhaal prijsgeeft is de ontknoping een verlossende climax. Schitterend. (André Oyen)

Scholieren.com

Een mooie vertelling over de desillusies in het leven. Van Mersbergen vertelt een snel en goed opgebouwd verhaal waarin hij op bijna klassieke wijze (let op de vijf hoofdstukken) een menselijk drama op de lezer weet over te brengen. Er zijn twee verhaallijnen: die van het heden die de reis naar Pamplona beschrijft en die van het verleden waarbij langzaam maar zeker aan de lezer duidelijk wordt waarom de bokser Danny halsoverkop het land wil verlaten. Zoals gezegd is de vertelling, gericht op gebeurtenissen en daden en minder op beschouwing, wat de vaart van de vertelling ten goede komt. De roman leest als een trein: in iets meer dan twee uur kan je de reis heen en terug naar Pamplona wel meemaken. De inhoud is niet moeilijk en toch blijft het verhaal na afloop wel hangen. Zowel de eenzaamheid van Danny maar toch ook die van Robert is schrijnend. De roman is geschikt voor leerlingen van de bovenbouw van havo en vwo. (…) Het einde van de roman is open en waarschijnlijk is dat een terecht keus. De lezer zal zich wel een voorstelling kunnen maken van wat er met Danny enerzijds en Robert anderzijds zal gebeuren. (Kees van der Pol)

Literatuuraire

Op de site van Van Mersbergen tuimelen de positieve mediakreten over elkaar heen. Terecht! – wil ik uitroepen, enthousiast, geheel in tegenstelling met de wat sobere, zakelijke toon die de roman regeert. Voortreffelijk. (…) Subtiel weet hij de realistische omgeving, in dit geval van een paar Parijse voorsteden, te tekenen in enkele zetten, enkele woorden: >>De huizen langs de snelweg hebben kleine balkons. Hij ziet een man die leunt op een reling. Hij heeft een baard en draagt een lang wit gewaad. Verderop, op een ander balkon, staat een brommer ondersteboven.<< (…) Morgen zijn we in Pamplona is het zelfs waard nog overmorgen te ontdekken.

Sam Gerrits

(…) Er zitten dertien jaar tussen, maar toch kwam bij mij bij de eerste zin van dit boek: ‘Een bokser rent door de stad’, een nogal pregnant beeld boven van een rennende Bruce Willis in Pulp Fiction. Daardoor lukte het me aanvankelijk niet om Danny Clare te zien voor wie hij is. Bij herlezen lukt het beter. En proef ik ook beter het proza. Als ik het met een smaak zou moeten vergelijken is het de smaak van bruin brood met kaas in een rokerige ruimte. Jan schrijft solide, alsof hij een kastje bouwt. Geen IKEA-kastje. Er staat soms een zin teveel, maar meestal niet. Belletrie is het in ieder geval niet. Gelukkig niet. Dat Ragna een Aziatisch meisje blijkt te zijn was voor mij een beetje een suffe verrassing, de kans dat een adoptieve ouder zijn of haar net uit die hoek geïmporteerde telg een Scandinavische naam geeft lijkt me klein. En zo zijn er nog wat kleine dingetjes. Maar per saldo heb ik genoten van dit boek. Vooral van de zijdelings opgevoerde personages eigenlijk. Die blijven bij mij het meest hangen. De fragiele zwem-Francaise, de mannen in spijkerjasjes, het Spaanse oudje dat jammert als een lekkende kraan, Pavel in zijn geblokte hemd. En last but not least de vergezichten en de close-ups: regendruppels die iets doen met vrachtwagenwielen, zo mooi dat je de schrijver grif vergeeft dat hij een kapot speelgoedautootje als vehikel van onvermogen voor zijn bokser opvoert. Pamplona is een fijn boek, een goed boek. Er zitten nog betere boeken in Van Mersbergen, zeker weten, maar deze is zeker geen zonde van je tijd. ****

VPRO Gids

Het fragment uit Van Mersbergens dit najaar te verschijnen roman Morgen zijn we in Pamplona maakt nu al nieuwsgierig naar de rest. (Dirk Jan Arensman)

Boekhandel van der Meer Noordwijk

Genoten van Morgen zijn we in Pamplona. Wat een bijzondere aantrekkingskracht hebben boksen en stierenlopen toch op mannen! (Martha Baalbeyen)

Eerste Bergensche Boekhandel

Mooi is ook de spiegeling tussen heen- en terugreis. Voor Pamplona was het Robert die zich over Danny ontfermde, na Pamplona neemt Danny de verzorgende rol op zich en laat de gewonde Robert zich rijden. Danny is gestopt met rennen, hij laat de gevolgen op zich afkomen. En die zullen er niet om liegen. (Karien Hilbers)

Boekhandel De Bengel Dordrecht

Morgen zijn we in Pamplona is een ijzersterk boek van Jan van Mersbergen. Hij gaat het helemaal maken!

Boekhandel Bloemendaal

Morgen zijn we in Pamplona is mooi, spannend, ontroerend, verrassend. De staccato stijl vind ik bijzonder. Het slot ontlokte me een diepe zucht… (Inge Happé)

Boekhandel Plukker Schagen

Het on the road verhaal geeft de lezer afwisselend inzicht in de gebeurtenissen tijdens de reis, de (anti)climax van de stierenrennen, Danny’s herinneringen en de uiteindelijke ontknoping terug in Nederland. De sporadische dialogen tussen deze twee mannen verlopen moeizaam. Aan de andere kant zijn de flashbacks van Danny opgebouwd met stilistische aandacht en fijne spanning. De lezer volgt het verhaal met grote verwachting tot aan het einde. (Maja Veldt-Poklepovic)

Boekhandel Schimmelpennink Amsterdam

Chapeau! Bijna onopgemerkt door al het mediakabaal rondom de nieuwe van der Heydens, Palmens, Makken, Dissen en wat al niet, verscheen enkele weken geleden de nieuwe roman van Jan van Mersbergen, een schrijver die we nauwlettend in de gaten houden. (…) Zijn jongste roman Morgen zijn we in Pamplona draait om een wat treurige en weinig spraakzame bokser die in kennelijk overspannen toestand besluit te liften naar het geeft niet waarheen. Hij wordt opgepikt door een man op weg naar het jaarlijkse stierenrennen in Pamplona. Het moet inderdaad niet gekker worden. Maar in zijn typische sober registrerende stijl, weet van Mersbergen de personages op overtuigende wijze tot leven te wekken. Meesterlijk gedaan. Een prachtboek. En nog spannend ook. (Ton Schimmelpennink)

Walter M. Holmes

You do not need to be a fan of boxing or of bullfighting, or even an admirer of Ernest Hemingway who was keen on both these activities, to enjoy this short novel. The style is almost cinematic, with short scenes, flashbacks that reveal just enough of the plot to maintain the interest, and crisp phrasing that holds the attention. It is as if the author had a visual image of each event that he describes and is telling the reader what he has seen to just the right extent. The depiction of the more minor characters is exemplary, and the detail provided on the two main protagonists makes you want to know more about them both as the drama unfolds. At each stage the author tells you just as much as you need to know and no more. The denouement is worth the wait.
And yet to me it seems that something is lacking. Perhaps it is the slightly distant character of the older man suggesting despair or ennui. Why is he so lacking in caution? Perhaps it is a lack of subjectivity or any sense of empathy with the younger man’s predicament; because its nature can only be hinted at in order to make the story so involving.
But there is no doubt that the author has done exactly what he intended. It could be interpreted as a post-modern allegory for our times. It is well told.